Meevoelen met anderen en begrip voor hen krijgen via literatuur

Emy Koopman (Erasmus University Rotterdam)
Reading suffering. An empirical inquiry into affective and reflective responses to narratives about mental pain. (project gesubsidieerd door NWO)

Van Sophocles’ Oedipus Rex tot John Greens The Fault in Our Stars: verhalen over lijden blijven populair in de westerse wereld. Die populariteit roept vragen op: wat is de aantrekkingskracht van dit soort verhalen? En: wat is hun effect op lezers? Deze vragen fascineren denkers al sinds Aristoteles over de kunsten sprak, maar in de laatste twee decennia hebben ze hernieuwde relevantie gekregen binnen een breder debat over het nut en de noodzaak van het lezen van literatuur. Martha Nussbaum en anderen (o.a., Booth, 1988; Hunt, 2007; Pinker, 2011; Sontag, 2007) hebben ferme claims gemaakt over literatuur, namelijk dat het de potentie heeft om empathie op te wekken en om mensen te laten reflecteren. Deze emotionele en cognitieve reacties die literatuur zou uitlokken zouden zelfs leiden tot meer pro-sociaal gedrag. 

De verwachtingen zijn dus hooggespannen. Maar het empirische bewijs dat literatuur daadwerkelijk deze effecten heeft is schaars (cf. Keen, 2007). Eerder lezersonderzoek heeft bescheiden positieve effecten van lezen gevonden. Dit onderzoek suggereert, onder meer, dat verhalen ervoor zorgen dat lezers zich beter kunnen verplaatsen in het perspectief van een ander (bijv. Hakemulder, 2000), dieper over zichzelf na gaan denken (bijv. Miall & Kuiken, 2002), en dat lezers’ meningen over anderen veranderen (bijv. Green & Brock, 2000). Het lezen van verhalen is ook geassocieerd met betere empathische vaardigheden (Kidd & Castano, 2013; Mar, Oatley, Hirsh, Delapaz, & Peterson, 2006; Mar, Oatley, & Peterson, 2009). Maar aangezien in veel van de eerdere studies literaire teksten niet systematisch zijn vergeleken met simpeler geschreven en met informerende teksten, blijft het onduidelijk in hoeverre dit soort effecten toegeschreven kunnen worden aan het feit dat een tekst ‘verhalend’ is (ons gebeurtenissen en personages toont), ‘fictioneel’ (ons toont wat had kunnen, zou kunnen of zou moeten zijn in plaats van wat daadwerkelijk is gebeurd), of ‘literair’ (ons iets vertelt op een esthetische en originele manier). Bovendien is er in eerder onderzoek nog weinig aandacht geweest voor de interactie tussen specifieke kenmerken van de lezer en de tekst.   

(I)     Dit onderzoeksproject ging aan de slag met de claims die door Nussbaum en anderen zijn gemaakt en probeerde ons algemene begrip over hoe lezers omgaan met (literaire) verhalen over lijden te vergroten. De volgende onderzoeksvragen stonden centraal: 
(II)    Wat zijn de belangrijkste motieven voor lezers om over lijden te lezen?           
(III)   In hoeverre wekt het lezen van literaire narratieve teksten over lijden empathische en reflectieve reacties op (vergeleken met niet-literaire teksten)?          
(IV)   Welke kenmerken van de tekst en de lezer beïnvloeden emotionele reacties (narratieve en esthetische gevoelens) tijdens het lezen, reflectie, empathie voor anderen, en pro-sociaal gedrag?
(V)    Wat is de rol van narratieve en esthetische gevoelens tijdens het lezen in het oproepen van reflectie, empathie voor anderen en pro-sociaal gedrag?
(VI)   Hoe ontwikkelen empathische en reflectieve reacties zich tijdens het lezen over lijden en wat is hierbij de rol van stijl?

In dit project is gekeken naar depressie en naar rouw als twee vormen van (mentaal) lijden, onder meer omdat deze vormen van lijden regelmatig terugkomen in hedendaagse literatuur. Onderzoeksvraag (I) is onderzocht door een surveystudie naar de motieven van lezers om A.

Wat is de aantrekkingskracht van dit soort verhalen? En: wat is hun effect op lezers?

F. Th. Van der Heijden’s “requiemroman” Tonio te gaan lezen alsook door een grotere surveystudie naar lezers’ algemene motieven om droevige boeken te lezen. Om antwoorden te krijgen op vraag (II), (III) en (IV) zijn twee experimenten gedaan: een relatief grootschalige quasi-experimentele studie waarin reacties van lezers op teksten uit drie verschillende genres (literair, levensverhaal, informatief) werden vergeleken, en een wat kleinere experimentele studie waarin reacties van lezers op drie teksten met een verschillende hoeveelheid literaire kenmerken werden vergeleken. Om vraag (V) te beantwoorden, ten slotte, zijn twee kwalitatieve studies gedaan waarin lezers langere teksten lazen en hierover leesdagboeken bijhielden. 

Alle empirische studies in dit project zijn inmiddels voltooid, het project is in zijn laatste fase (het vergelijken van de verschillende bevindingen en het optekenen van die bevindingen). De resultaten van het project kunnen dus al worden gegeven, al moet nog wel verder worden nagedacht over hoe deze resultaten zich tot elkaar verhouden en wat de implicaties ervan zijn.

Als u meer wilt weten over de resultaten, volg dan de link “Meer informatie”.

Dit project wordt gedaan onder supervisie van prof. Dr. Susanne Janssen (Erasmus Universiteit Rotterdam). De copromotoren zijn dr. Els Andringa en dr. Frank Hakemulder (Utrecht University). Het project wordt gefinancierd door NWO, binnen het programma “Duurzame Geesteswetenschappen”.

Emy
Koopman
PhD EUR